Er is een aantal risicofactoren bekend, welke mogelijke 'voorlopers' zijn van dyslexie. Als ouders, leerkrachten, en/of andere deskundigen menen één of meer factoren bij een kleuter te herkennen, is nader onderzoek gewenst. Kleuters, waarvan men een sterk vermoeden heeft, dat ze later dyslexie zullen ontwikkelen, kunnen bij ons onderzocht worden. De testbatterij bestaat uit een aantal kleutertests (verbale en non-verbale taken). Als ook op grond van de testgegevens blijkt dat een kind risico loopt op dyslexie, kunnen wij een preventief neuropsychologisch behandelprogramma aanbieden. Preventief wil zeggen 1. nog voor dat het leesonderwijs van start gaat en
2. met als doelstelling latere lees- (en spelling) problemen geheel of gedeeltelijk te voorkomen. Ook hierbij wordt gebruik gemaakt van hersenhelftstimulering en worden één of meerdere zintuigen ingeschakeld (de handen, de oren en/of de ogen). Periodieksgewijs worden de kleuters getest om de effecten van de behandelingen na te gaan. Vanaf groep 3, wanneer het leesonderwijs van start gaat, worden de kinderen geëvalueerd op lees- (en spelling-) vorderingen. Indien nodig/gewenst kunnen de behandelingen voortgezet worden. Er wordt dan gebruik gemaakt van de neuropsychologische behandelingen zoals beschreven bij de manifeste dyslectici.