Neuropsychologische behandelingen van dyslexieën

De door ons gebruikte leesbehandelingsmethoden richten zich op stimulering van die hersenhelft, welke minder actief betrokken is bij het lezen, terwijl die juist meer betrokken zou moeten zijn. Afhankelijk van de diagnostiek wordt vervolgens een individueel behandelplan opgesteld. De doelstellingen zijn eerst de onvoldoende, niet-geautomatiseerde deelvaar-digheden aan te leren en te automatiseren. Vervolgens zal, voorzover nodig, gewerkt worden aan nauwkeurigheid bij het lezen (in beide gevallen rechter hersenhelft stimulering). Is het leestempo met name een probleem, dan zal de linkerkant gestimuleerd worden, ten einde de leessnelheid te verhogen. Stimulering van de hersenhelften wordt bewerkstelligd door inschakeling van de tastzin (tastkastoefeningen), de auditieve- en de visuele kanalen (o.a. met het computerprogramma HEMSTIM, flitswoorden).

Effecten van neuropsychologische behandelingen

Wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van neuropsychologische behandelingsmethoden in de praktijk tonen aan, dat kinderen significante vooruitgang boekten ten aanzien van de leesvaardigheid. Het ging om grote groepen kinderen (respectievelijk 80 en 160) die poliklinisch, één maal per week werden getraind. Met vooruitgang wordt bedoeld, dat sommige kinderen hun achterstand hadden ingelopen; voor andere kinderen gold dat zij -ofschoon er nog sprake was van een achterstand vergeleken met groepsgenoten-, na afloop op een acceptabel(er) niveau konden lezen. Op grond van eigen ervaringen met veel van de kinderen die deelnamen aan bovengenoemde onderzoeken en met andere cliënten, kan gesteld worden dat de meeste kinderen en (jong)volwassenen goed profiteren van de leesbehandelingen. De van te voren gestelde doelstelling blijkt bij ca 80 % van de cliënten haalbaar. Voor veel kinderen zal de doelstelling zijn het behalen van het AVI-9 tekstleesniveau, dat wil zeggen: het niveau van minimale of functionele geletterdheid. Voor sommige cliënten zal de doelstelling echter in eerste instantie lager gesteld worden; op grond van onder meer de behandelresultaten kan na overleg met ouders/de cliënt toegewerkt worden naar een hoger niveau. Elke twee maanden worden de effecten van de leesbehandelingen geëvalueerd. Op grond van de toets-resul-taten wordt het behandelplan voor de daarop volgende twee maanden vastgesteld. Als een basisschoolleerling een hoger leesinstructieniveau heeft bereikt, wordt de school daarvan op de hoogte gebracht. Op die manier kunnen de dyslexiebehandelingen en de leesoefeningen op school op elkaar afgestemd worden. Na het toetsen wordt tevens met de ouders/de cliënt besproken of de behandelingen gecontinueerd worden, of dat men de behandelingen wil beëindigen. In het hierna volgende worden enkele casussen kort beschreven.

Marianne zat in groep 4 en kon bij aanmelding getypeerd worden als initieel dyslectisch. Ondanks intensief oefenen op school bleken sommige deelvaardigheden nog niet geautomatiseerd; AVI-1 werd nog niet op beheersingsniveau gelezen en bij het lezen van losse woorden had zij duidelijk decodeerproblemen. Na vier maanden beheerste zij alle deelvaardigheden voor lezen en spelling en werd AVI-1 op beheersingsniveau gelezen. Na nog vier maanden werden ook AVI-2 en 3-teksten vlot en nauwkeurig gelezen en kon zij losse woorden sneller en nauwkeuriger lezen. Op dat moment kon de school de extra leesondersteuning weer overnemen. De ouders besloten echter ook de specialistische behandelingen voort te zetten, nu met als doelstelling het beheersen van het AVI-5-leesniveau. Toen dit behaald werd, zijn de leesbehandelingen gestopt. Na een half jaar hebben de ouders een herhalingsonderzoek laten doen. Marianne bleek toen naar ieders tevredenheid op AVI-7 niveau te lezen. Haar achterstand op spellingsgebied bleek nu echter een zorg,. Derhalve werd zij nu aangemeld voor ondersteunende spellingsbegeleiding.

Bastiaan zat in groep 5 en werd aangemeld met spellingsproblemen en omdat hij al langere tijd op AVI-3 niveau stagneerde. Hij was niet alleen als 'speller' te typeren, maar raadde ook veel (onjuist) op grond van de context doordat hij erg op snelheid gefixeerd was. Een aantal van zijn fouten zag hij nog bijtijds en kon hij herstellen; door zijn gehaastheid zag hij daarentegen ook veel fouten niet. Door het vele spellen en herstellen was zijn leesstijl haperend en weinig vloeiend en daarnaast zeer onnauwkeurig. Bij hem was sprake van een gecombineerde problematiek. In de behandelingen werd eerst de nadruk gelegd op optimalisering van met name de klank-tekenkoppeling voor het lezen en nauwkeurigheid. Het spellen werd allengs minder en hij vertoonde een aanmerkelijk nauwkeuriger en vloeiender leesstijl. Ook zijn leestempo nam in de loop der tijd toe. Na ongeveer een half jaar las hij op AVI-6 niveau en was hij op spellingsgebied een heel didactisch jaar vooruitgegaan.. Besloten werd de behandelingen te beëindigen. Hij had een flinke 'zet' in de goede richting gekregen en de school kon hem nu weer verder helpen.

Rik was bij aanmelding een echte 'speller' die op AVI-2 niveau las. Bij het intelligentieonderzoek bleek hij te beschikken over zwakke verbale vaardigheden. Aanvankelijk was de doelstelling AVI-5 te beheersen. Na 8 maanden bereikte hij AVI-5 niveau, met name vanwege een 'spurt' die hij de laatste 4 maanden had gemaakt. De behandelingen sloegen vanaf die tijd goed aan en bij de evaluatie werd besloten de gespecialiseerde behandelingen voort te zetten met als volgende doelstelling het behalen van AVI-7 niveau.

Peter-Jan werd aangemeld toen hij in groep 8 zat en nog op AVI-6 niveau bleek te lezen. Hij vertoonde een zeer vlotte, maar onnauwkeurige, radende leesstijl. Zijn tekstbegrip tot en met AVI-8 teksten was goed, op AVI-9 niveau verbasterde hij de woorden en zinnen dusdanig, dat het begrip verloren ging. Uit het intelligentieonderzoek bleek dat hij een boven gemiddeld Verbaal IQ had. Zijn lees- en spellingsprestaties bleven duidelijk achter bij zijn talige capaciteiten. Tijdens de behandelingen was per week al te merken dat hij nauwkeuriger las. Na twee perioden van twee maanden behandelingen las hij AVI-9 op beheersingsniveau. Samen met de ouders werd besloten de behandelingen voort te zetten, opdat hij ook hogere niveau teksten (groep 6, 7, en 8) nauwkeuriger zou gaan lezen. Dit mede omdat de school als vervolgonderwijs Havo/VWO adviseerde.

Esther las op moment van aanmelding op AVI-7 niveau. Het leestempo was te langzaam en bij spelling maakte zij veel fouten. Op moment van aanmelding was ze 17 jaar, had op het Speciaal Onderwijs gezeten en was op dat moment zeer gemotiveerd om een beroepsopleiding te gaan volgen. Ze was echter bang dat ze deze opleiding niet af zou kunnen maken vanwege haar lees- en spellingsproblemen. Op school vond zij tot dan toe niet veel begrip voor haar dyslexie en het regende onvoldoendes voor o.a. spelling en begrijpend lezen. Haar moeder had zelf ook dyslexie en meldde Esther aan voor specialistische behandelingen. Esther moest van ver komen maar kwam zeer trouw elke week, zelfs in vakantietijd. Aanvankelijk bracht moeder haar naar Enkhuizen met de auto, maar op een gegeven moment wilde Esther zelf met de trein komen. Ze toonde steeds meer zelfvertrouwen t.a.v. het lezen en ook in dagelijkse situaties. Door contact op te nemen met de school kreeg zij daar meer begrip voor haar dyslexie en kon zij uitstel voor bepaalde proefwerken krijgen, o.a. omdat we nog met desbetreffende onderdelen (werkwoordverbuigingen) bezig waren. Ook kon zij tijdsverlenging krijgen om proefwerken af te kunnen maken. Er werd bovendien gevraagd werkstukken en proefwerken niet (alleen) te beoordelen op spellingsfouten, maar (vooral) op de inhoud daarvan. Esther leest inmiddels, na een jaar, groep 8 niveau-teksten op Instructieniveau en neemt 'dikke pillen' mee om thuis en in de trein te lezen. De leesbehandelingen zijn inmiddels afgerond; Esther heeft nog wel spellingsbegeleiding.

Kortom, uit de beschreven casussen zal duidelijk worden dat de gespecialiseerde behandelingen bij het ene kind sneller effect hebben en de doelstellingen vlotter bereikt worden, terwijl bij andere kinderen de vorderingen meer gestaag groeiend zijn. De leerrendementen zijn tijdens de behandelingen echter altijd hoger dan voor dat de cliënten in behandeling waren. Als gunstig 'bij-effect' van de behandelingen wordt nogal eens opgemerkt dat de men in de loop der tijd minder faalangstig is geworden en men een groter gevoel van eigenwaarde heeft gekregen. Zoals gezegd, zal samen met de ouders/de cliënt bepaald worden of het behaalde resultaat naar voldoening is. Na vier maanden moet er in elk geval resultaat geboekt zijn. Indien er dan geen of te geringe vooruitgang geboekt wordt, wordt overwogen om nader onderzoek te laten doen naar de achtergronden van het uitblijven van resultaten. Een van de mogelijkheden is dan een kind/cliënt aan te melden bij andere scholen/instellingen waar gespecialiseerd en frequent behandeld kan worden.

Home